Wat zijn de primaire geslachtskenmerken?
Wat zijn de secundaire geslachtskenmerken?
Wat gebeurt er tijdens de puberteit?
Lichamelijke, geestelijke en sociale veranderingen.
Wat maken de teelballen?
Zaadcellen.
Wat maken de eierstokken?
Eicellen.
Wat is bevruchting?
Zaadcel dringt eicel binnen, vormt zygote, embryo.
Wat is menstruatie?
Afstoten van baarmoederslijmvlies zonder bevruchting.
Wat is innesteling?
Embryo nestelt zich in baarmoederslijmvlies.
Wat doet de placenta?
Zorgt voor uitwisseling van stoffen tussen moeder en embryo.
Wat is de functie van vruchtwater?
Beschermt embryo tegen stoten en uitdroging.
Wat is seksualiteit?
Gevoelens, gedachten en gedrag rond geslachtsgemeenschap.
Wat zijn de seksuele voorkeuren?
Wat is IVF?
Bevruchting buiten het lichaam.
Wat is KI?
Kunstmatige inseminatie, zaadcellen zonder geslachtsgemeenschap.
Wat zijn genen?
Stukjes DNA die eigenschappen bepalen.
Wat zijn chromosomen?
Dragers van genen, 46 in totaal (23 paren).
Wat is een dominant allel?
Komt tot uiting als het aanwezig is.
Wat is een recessief allel?
Komt tot uiting als er geen dominant allel is.
Wat is het genotype?
Genen die je hebt.
Wat is het fenotype?
Uiterlijke kenmerken.
Wat is een monohybride kruising?
Kruising met รฉรฉn eigenschap.
Wat is een Punnett-vierkant?
Gebruik om kansen op eigenschappen te berekenen.
Wat is een mutatie?
Verandering in het DNA.
Wat is natuurlijke selectie?
Best aangepaste organismen overleven.
Wat is variatie?
Door mutaties en seksuele voortplanting.
Wat is soortvorming?
Nieuwe soorten ontstaan door isolatie en evolutie.
Wat is genetische modificatie?
Genen worden aangepast met technologie.
์ ๋ง ์ญ์ ํ์๊ฒ ์ด์? 0 ํ๋์์นด๋๋ฅผ ์ญ์ ํ๋ฉด ๋๋๋ฆด ์ ์์ต๋๋ค.
์ ๊ฑฐํ ํ๊ทธ๋ฅผ ์ ํํ์ธ์: 0 ์ ํ๋ ํ๋์์นด๋:
ํ๊ทธ ๋ก๋ฉ ์ค...